Van harte welkom

Op deze blog vind je het laatste nieuws en stukjes die ik leuk vind om te delen. Ik ben een onregelmatige schrijver die als hij de tijd vindt even wat in elkaar prutst. Kijk voor meer info op www.frankdenhartog.com. Veel leesplezier,

groetjes

Frank

vrijdag 16 januari 2026

Waarom vieren we Nieuwjaar vieren op 1 januari?

 Allereerst wil ik jullie een Gelukkig Nieuwjaar wensen. Maak er in 2026 iets moois van. Blijf gezond!

Dat we het nieuwe jaar op 1 januari beginnen hebben we te danken aan Paus Gregorius XIII en de Romeinen. De Romeinen stemmen hun Romeinse kalender rond 738 voor Christus af op de stand van de maan. Het jaar heeft in deze jaartelling 10 maanden en start met de maand maart, vernoemd naar de god Mars van de oorlog. Dit met het idee dat tijdens oud en nieuwvieringen alle oorlogen moeten stoppen.​​

De Romeinse koning Numa Pompilius past de Romeinse kalender aan. De seizoenen lopen namelijk na een paar jaar niet gelijk. Numa Pompilius voegt twee maanden aan het jaar toe: januari en februari. Julius Caesar past rond 46 voor Christus de kalender opnieuw aan omdat de kalender nog steeds niet gelijk loopt met de seizoenen. Hij voert in zijn rijk de Juliaanse kalender in. Hij baseert deze kalender niet langer op de maan, maar op de zon. Caesar behoudt in zijn kalender januari als eerste maand. Door de expansiedrift van Caesar verspreidt de kalender zich razendsnel over het Romeinse Rijk. 

Paus Gregorius XIII komt er in 1582 achter dat de Juliaanse kalender niet goed werkt met schrikkeljaren. Ook maakt de Juliaanse kalender het lastig om de exacte datum van Pasen te berekenen. Dus introduceert Paus Gregorius XIII in 1582 een aangepaste versie van de kalender. In zijn Gregoriaanse kalender maakt ook hij van 1 januari de start van het nieuwe jaar. Katholieke landen nemen de kalender meteen over, bij protestante en orthodoxe landen gaat het trager. Ook in Nederland gaat de overgang niet van een leien dakje. Hoewel Holland, Zeeland en de zuidelijke gewesten vrijwel meteen de kalender overnemen, gaan de overige gewesten pas in 1700 en 1701 over. Sindsdien gebruiken we tot op de dag van vandaag de Gregoriaanse kalender.

Betekent dit dat ieder land op 1 januari het begin van het nieuwe jaar viert? Nee, denk aan het Chinese Nieuwjaar dat op de eerste tot vijftiende dag van de Chinese kalender wordt gevierd. Of het Joods Nieuwjaar. 

zaterdag 27 december 2025

Ai barometer 2025 is uit

Het gebruik van AI (kunstmatige intelligentie) in ons dagelijks leven neemt enorm toe. Zo was ik afgelopen week op studiereis naar Rome. In het weekend bezochten we het mediamuseum. Vooraf hebben we via in dit geval Copilot gevraagd om de hoofdpunten  te beschrijven en een rondleiding klaar te zetten. Het werkte perfect. In een Stivako-traject bespraken we de toekomst van een bedrijf. Ter voorbereiding heb ik aan AI gevraagd de ontwikkelingen relevant voor dit bedrijf in kaart te brengen, kansen en bedreigingen te detecteren. Wat er uit kwam was verrassend en zette aan tot nadenken. Zo twee voorbeelden uit mijn eigen praktijk. 

Een samenwerkingspartner van Stivako heeft de ontwikkelingen in België m.b.t. AI in kaart gebracht. Uit het rapport een korte samenvatting:

Monitor 2025

Het gebruik van GenAI door mediaprofessionals is licht gestegen t.o.v 2024. 19 van de 20 mediaprofessionals geeft aan GenAI op het werk te gebruiken. Vooral de frequentie van het gebruik stijgt, waarbij dit jaar meer dan de helft van de mediaprofessionals aangeeft dagelijks GenAI te gebruiken. De motivaties om GenAI in te zetten blijven stabiel. 
Efficiënter werken, tijd besparen en het helpen bij het vinden van creatieve ideeën zijn de belangrijkste redenen om AI te gebruiken. De meest gebruikte toepassingen zijn nog altijd het inzetten van Large Language Models (LLMs) voor talige taken, zoals eindredactie, samenvattingen en vertalingen. Contentcreatie en het opzoeken van informatie zijn taken die vaker gerapporteerd worden dan vorig jaar. Drie kwart van de mediaprofessionals heeft wel ethische bezorgdheden bij het gebruik van GenAI in de sector, waarbij journalisten het meest kritisch zijn.  

Organisaties voorzien steeds vaker maatregelen en maken richtlijnen. Ongeveer de helft van de mediaprofessionals geeft aan dat hun organisatie richtlijnen heeft over AI-gebruik, al zijn deze meestal informeel (bijv. onderlinge consensus of discussie, maar geen officieel document). Ongeveer de helft van de respondenten zegt dat hun organisatie een lijst heeft van toegestane AI-tools, en een ongeveer even grote groep weet dat hun organisatie kijkt naar de voorwaarden van AI-tools over hoe ze met data omgaan. Slechts een derde van de mediaprofessionals geeft aan dat hun organisatie transparant is over AI-gebruik naar de buitenwereld, waaronder opdrachtgevers. Wanneer het gaat over opleidingen, dan gebeurt dit meestal door interne kennisdeling of door individuele opleidingen die een medewerker aanvraagt. Structurele externe opleidingen komen minder vaak voor. De journalisten vormen hierop een uitzondering: bij hen komen structurele externe opleidingen vaker voor dan individuele opleidingen op vraag. 

Tot slot zien we dat GenAI vooral taken overneemt die normaal tot het groeitraject van stagairs en juniormedewerkers behoren. Dit werpt de vraag op hoe opleidingen en loopbanen moeten veranderen in een van GenAI doordrongen mediasector, wanneer nieuwe professionals niet kunnen groeien en direct ‘seniortaken’ moeten oppakken omdat voor de rest AI gebruikt wordt.  


Wat is AI?

Artificial intelligence is het vermogen van machines om taken uit te voeren die normaal gesproken menselijke intelligentie vereisen. Hieronder vallen zaken als probleemoplossing, besluitvorming en inzicht in taal. Net als bij elke andere grote technologische innovatie is het doel van AI om het leven van mensen te verbeteren en de productiviteit te verhogen. AI kan worden toegepast in vrijwel alle  sectoren van ons leven, daarom is het maatschappelijk en economisch potentieel groot. De ontwikkelingen zijn dan ook al in volle gang. Toepassingen in beeldherkenning ondersteunen artsen bij het stellen van diagnoses van bepaalde soorten kanker. En AI wordt steeds meer ingezet om de planning in de logistieke sector te verbeteren, technische processen te ondersteunen,  de openbare ruimte beter te onderhouden en het verkeer effectiever te regelen. AI speelt bovendien een grote rol bij het ontwikkelen van zelfrijdende auto’s.

dinsdag 21 oktober 2025

Bosbranden

Jaar op jaar lezen we berichten over hoge temperaturen, bosbranden en veel slachtoffers. Ook dit jaar breken de branden weer record na record. Hoge temperaturen, droogte en harde wind zorgen voor grote en oncontroleerbare vuurzeeën. Ook bij mij in de buurt. Begin juli was er al een flinke bosbrand onder Narbonne. In augustus was het weer raak bij Rebaute.

In tal van departementen in Frankrijk was al code rood afgekondigd vanwege temperaturen boven de veertig graden. Maar toch brak er brand uit. Waarschijnlijk door een weggegooide peuk of door een achtergelaten flesje waarbij het glas als een vergrootglas werkte. Dat merk ik omdat bij een brand in de buurt (in de Herault of Aude) de blusvliegtuigen (vaak Canadairs) recht over mijn tuin vliegen op weg naar de brand of de luchthaven van Beziers om te tanken. De brand die bij Rebaute ontstond breidde zich snel uit tot de grootste brand van na de Tweede Wereldoorlog. Veel vakantiegangers en bewoners werden geëvacueerd, en grote aantallen brandweerlieden werken dag en nacht door om de branden te blussen. Op de weg kwam ik bijvoorbeeld een colonne tegen uit Marseille. Het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken heeft laten weten dat inmiddels al ruim 16.000 hectare verwoest is. Dat is bijna zo groot als het eiland Texel!


De wereld staat in brand: waarom?
Onze aarde warmt op, en snel. Recordtemperaturen, droogte, overstromingen, smeltend zee-ijs en harde wind; deze extreme weersomstandigheden komen steeds vaker voor. Over de hele wereld nemen branden toe, niet alleen in bossen, maar ook in andere natuurgebieden zoals savannes, toendra en steppes. De afgelopen jaren waren er vele branden in Rusland, Azië, Europa en Zuid-Amerika.

Deze branden worden veroorzaakt door grootschalige ontbossing. Stukken natuur worden vernietigd en in brand gestoken om de grond geschikt te maken voor landbouw en veeteelt. Door droogte, extreme temperaturen en harde wind leggen deze branden enorme stukken natuur in de as. De effecten van klimaatverandering maken de bosbranden heviger. 


Gevolgen van de bosbranden
De hevige bosbranden hebben een verwoestend effect op de natuur, dieren en mensen. Bi j bosbranden komen grote hoeveelheden CO2 vrij. Dit draagt bij aan de verandering van het klimaat en de opwarming van de aarde. Veel dieren komen in de problemen door de branden. Ze komen om of raken gewond, hun leefgebied wordt verwoest, en er is minder water en voedsel beschikbaar. Ook mensen worden getroffen door de branden. Ze moeten vluchten, raken hun bezittingen kwijt en ondervinden gezondheidsproblemen door bijvoorbeeld de rook.

zondag 10 augustus 2025

Fenix

Fenix is een gloednieuw museum in Rotterdam dat migratie niet alleen vertelt, maar laat voelen. Gelegen in de historische San Fransisco-loods, waar ooit miljoenen mensen hun reis naar een nieuw leven begonnen, is Fenix een plek waar verhalen samenkomen.  

Als je het museum binnenkomt word je meteen gegrepen door een indrukwekkende wenteltrap die je meeneemt op een reis door het museum, de Tornado genaamd. Elke trede brengt je hoger, maar ook dieper in de verhalen van migratie.  

Een van de meest bijzondere installaties is het Kofferdoolhof. Hier wandel je tussen duizenden koffers, elk met een eigen verhaal. Wat neem je mee als je vertrekt? Wat laat je achter? Via audiofragmenten hoor je de stemmen van migranten die hun herinneringen delen.





Daarnaast is er The Family of Migrants, een fototentoonstelling die bijna tweehonderd beelden toont van migranten over de hele wereld. Van hoopvolle gezichten tot emotionele afscheidsscènes, deze foto's brengen de menselijke kant van migratie tot leven.  

Maar Fenix is meer dan een museum. Het Plein is een ontmoetingsplek waar je kunt lezen, studeren of gewoon even kunt zitten en de sfeer in je opnemen. Hier komen de wijk en de wereld samen.  

Of je nu komt voor de kunst, de architectuur of de verhalen, Fenix is een plek die je raakt en inspireert. 

Hoe is het Fenix ontstaan? 
De oprichting van Fenix werd mede mogelijk gemaakt door Stichting Droom en Daad, een organisatie die zich inzet voor culturele projecten in Rotterdam. Deze Stichting werd opgericht op 13 december 2016 door de familie Van der Vorm. Deze familie was direct verbonden met de Holland-Amerika Lijn. Ook hebben zij HAL Investments opgericht die belangen heeft in vele bedrijven. Het museum Fenix is officieel geopend op 15 mei 2025 door koningin Máxima en de eerste bezoekers konden terecht vanaf 16 mei 2025. 
Het idee achter Fenix is om migratie niet alleen te documenteren, maar ook tastbaar en voelbaar te maken. Door middel van kunst, fotografie en interactieve installaties worden persoonlijke verhalen van migranten tot leven gebracht.


Migranten vertrokken vanuit Rotterdam

 

Rotterdam was een belangrijk vertrekpunt voor migranten die naar Amerika reisden, vooral in de 19e en vroege 20e eeuw. Veel emigranten vertrokken vanuit de haven van Rotterdam, eerst met zeilschepen en later met grote passagiersstoomschepen.

Tussen 1820 en 1880 vertrokken ongeveer 45.000 emigranten vanuit Rotterdam, maar ook vanuit andere Europese havens zoals Amsterdam, Liverpool, Le Havre, Antwerpen en Londen. In de jaren 1846-1848 reisden zo’n 7.000 Nederlanders en 9.500 buitenlanders, voornamelijk Duitsers en Zwitsers, via Rotterdam naar Amerika




dinsdag 20 mei 2025

Geen asiel crisis, wel een aantal andere crisissen/crises

Het verlenen van asiel is van alle tijden. De term asiel komt uit het Grieks en de betekenis van dat woord is toevluchtsoord, onderkomen of vrijplaats, maar ook bescherming tegen gevaren en vervolging. In de klassieke oudheid bestond er her en der een recht op toevlucht. In de Middeleeuwen bestond ook een soort asiel voor verbannenen en na de reformatie ook voor geloofsvervolgden. En nu hebben we een asielcrisis als ik de politici mag geloven.

Uit het kamerdebat rond de miljoenennota bleek al dat het om een gevoelde crisis gaat in plaats van een crisis gebaseerd op feiten.

Wat is er aan de hand?
Het AZC in het Gronings dorpje Ter Apel is overvol en kan sinds oktober 2021 niet voldoen aan de basale voorwaarden voor asielopvang. Sindsdien werkt het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) in een zogenaamde crisismodus en worden asielzoekers naar crisisopvangplekken gebracht waar ze normaal gesproken zo kort mogelijk mogen verblijven.
De regering zit met de 'asielcrisis' in de maag en verschillende politici pleiten voor een asielstop, omdat er te veel vluchtelingen naar Nederland zouden komen. Hoewel de instroom in vergelijking met voorgaande jaren hoog is, heeft Nederland in de afgelopen decennia veel grotere vluchtelingenstromen gekend. Nederland zit ook onder het EU-gemiddelde als het de opvang betreft. Dat het asielsysteem momenteel verstopt zit, heeft wat dat betreft weinig te maken met de 'enorme' instroom van vluchtelingen.
Hoe heeft het zo uit de hand kunnen lopen? Het is een feit dat veel AZC's sinds de Europese vluchtelingencrisis van 2015-2016 hun deuren moesten sluiten. Deze trend werd vervolgens doorgezet na de uitbraak van het coronavirus, omdat er steeds minder vluchtelingen naar Nederland kwamen. Het is dan ook niet zo vreemd dat het asielsysteem vastloopt op het moment dat er juist meer vluchtelingen naar Nederland komen dan tijdens de COVID-19.
Een andere belangrijke reden voor de problemen is de woningnood. Vanwege het tekort aan betaalbare woningen in Nederland kunnen veel statushouders niet doorstromen naar huisvesting en zijn ze genoodzaakt om in AZC’s te blijven. Daardoor komen er ook geen plekken vrij voor nieuwe vluchtelingen.
Nederlanders die op zoek zijn naar goedkope sociale huurwoningen worden al jarenlang uitgespeeld tegenover vluchtelingen. Wat veel mensen echter vergeten is dat ook de krapte op de woningmarkt het resultaat is van een falend beleid. Helaas neemt dat niet weg dat politici maar al te graag de vinger wijzen naar migranten en vooral naar asielzoekers als de oorzaak van de woningnood. Het resultaat is dat burgers hun woede richten op vluchtelingen in plaats van dat ze zich richten tot politici en de overheid om deze problemen aan te pakken. Politiek was er verre van voldoende aandacht voor de woningproblematiek. Voormalig minister van wonen Stef Blok (VVD) verklaarde bij zijn afscheid in 2017  dat wat hem betreft de woningmarkt af was en er ook geen specifieke minister voor dit beleidsterrein meer nodig was. Geheel in deze lijn was door Rutte II eerder in 2013 het Ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) al afgeschaft. 
Door de te krappe opvang in AZC's, al jaren lang en het feit dat de opeenvolgende regeringen steeds te weinig middelen in hun begroting hebben opgenomen, schieten ook de kosten door het plafond. Opvang regelen in een hotel is namelijk drie maal zo duur als de geplande normale opvang in een AZC.

En van wie krijgen we het idee dat het allemaal de schuld is van die asielzoekers, die ons het leven zuur maken. Asiel is te duur, we hebben geen woning (die ook nog eens onbetaalbaar wordt door de schaarste aan woningen), er mag niet gebouwd worden maar ondertussen beseffen we niet dat het meerendeel van die
nieuwe miljoen inwoners sinds 2015 in Nederland we erbij gekregen hebben vooral uit arbeidsmigranten bestaat en niet uit asielzoekers.
Het kabinet heeft een aantal crises op te lossen, dat klopt. Maar begin dan de energie die nodig is te besteden aan de echte prioriteiten.

Hoe komt het dat er te weinig woningen zijn?

De oorzaken van het woningtekort zijn divers. Een belangrijke factor is de bevolkingsgroei, die de vraag naar woningen doet stijgen. De grootste factor voor deze bevolingsgroei is de migratie naar Nederland voor arbeid, studie (in 2023 kwam ongeveer 40% van de studenten aan de universiteiten uit het buitenland) of familieomstandigheden. Een klein gedeelte - zo’n 11%  - komt voor asiel. Daarnaast spelen de trek naar stedelijke gebieden een rol maar bijvoorbeeld ook verandering in soorten huishoudens (huishoudens worden steeds kleiner waardoor het aantal huishoudens en daardoor de woningvraag groeit). Economische factoren, zoals de beschikbaarheid van hypotheken en investeringen in vastgoed, beïnvloeden eveneens de woningmarkt. Bovendien heeft de bouwsector te kampen met uitdagingen zoals grond-schaarste en regelgeving, die de bouw van nieuwe woningen vertragen. Doordat Nederland teveel milieu vervuilt (bijvoorbeeld door broeikasgassen (CO2 etc)) zit de bouwsector op slot en kan er veel minder gebouwd worden. Onder andere de landbouwsector draagt hier voor bijna de helft aan bij, terwijl zij maar voor 1,4 % bijdraagt aan het BBP ( dit is het totaal van de geproduceerde goederen en diensten in een land. Dus alles wat de wij inwoners in Nederland bij elkaar verdiend hebben).

zondag 22 september 2024

De Nederlandse 'Overshoot Day'

Als iedereen zou leven zoals wij in Nederland doen, zouden alle grondstoffen die voor dit jaar beschikbaar zijn al 'opgebruikt' zijn. Dit nieuws meldt onderzoeksorganisatie Global Footprint Network. Begin april valt dit jaar de Nederlandse 'Overshoot Day'.

Elk jaar berekent het Global Footprint Network de dag waarop we alle grondstoffen hebben verbruikt die onze planeet in twaalf maanden kan voortbrengen. Vorig jaar viel in Nederland de Overshoot Day op 12 april. Nu enkele dagen eerder. Daarmee doen we het beduidend slechter dan andere Europese landen. Alleen Luxemburg (20 februari), Denemarken (16 maart) en België (23 maart) doen het slechter. Koploper van de lijst is Qatar, daar waren de grondstoffen op 11 februari dit jaar al 'op'. Het komt erop neer dat we in Nederland veel meer grondstoffen gebruiken dan we zelf kunnen produceren. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de consumptie van voedsel, water en hout. Als iedereen zou leven zoals we in Nederland zouden leven, zouden we dus vier aardbollen nodig hebben.


Om die Overshoot Day naar achteren te schuiven op de kalender of zelfs helemaal te kunnen schrappen, zou het halen van het klimaatakkoord een stap zijn. Daarmee zou volgens Global Footprint Network de datum met 32 dagen verschuiven. Ook emissievrij vervoer, een plantaardig dieet en een circulaire economie zouden onze ecologische voetafdruk verkleinen.

Wat is Earth Overshoot Day?
Het Global Footprint Network rekent jaarlijks uit wanneer het Earth Overshoot Day is door te kijken naar hoeveel grondstoffen de aarde in één jaar kan produceren versus de ecologische voetafdruk van de bevolking. Die voetafdruk geeft aan hoeveel land en water we nodig hebben om in onze behoeften te voorzien, dus hoeveel we nodig hebben voor bijvoorbeeld voedsel, hout en vezels voor kleding. Dat wordt vergeleken met de biocapaciteit: de hoeveelheid grondstoffen die de aarde in één jaar kan produceren.

Sinds de jaren 70 berekent Global Footprint Network samen met het Wereld Natuur Fonds op welke dag de Earth Overshoot Day valt. Hoewel die dag de laatste jaren rond eind juli, begin augustus schommelt, moeten we volgens de organisatie kijken naar het grotere plaatje. In 1986 zaten we in november, in 1998 was het oktober en in 2004 september. Wereldwijd ligt de Earth Overshoot Day dit jaar op 25 juli. 
Sinds 1971 komt het moment dat we van de reserves gebruik moeten maken steeds sneller, zegt het Global Footprint Network. Toen was Earth Overshoot Day pas eind december.

Earth Overshoot-dag

Earth Overshoot Day markeert de datum waarop de vraag van de mensheid naar ecologische hulpbronnen en diensten in een bepaald jaar groter is dan wat de aarde in dat jaar kan regenereren. In 2023 viel Earth Overshoot Day op 2 augustus. We houden dit tekort in stand door de voorraden ecologische hulpbronnen te liquideren en afval te verzamelen, voornamelijk koolstofdioxide in de atmosfeer. Earth Overshoot Day wordt georganiseerd en berekend door Global Footprint Network, een internationale onderzoeksorganisatie die besluitvormers een menu met hulpmiddelen biedt om de menselijke economie te helpen binnen de ecologische grenzen van de aarde te opereren. De datum voor Earth Overshoot Day 2024 wordt op 5 juni bekendgemaakt.

Naar de website: https://overshoot.footprintnetwork.org/

 

woensdag 3 april 2024

Gratis leermiddelen voor de creatieve- en grafimedia sector

 Uit onderzoek blijkt dat in het onderwijs (vooral het Beroeps- en Hoger Onderwijs) veel lesmateriaal door de docenten zelf wordt ontwikkeld. Resultaat: over hetzelfde onderwerp zijn er verschillende versies van leermiddelen, niet alleen in verschillende landen, maar ook onder onderwijs- en opleidingsinstituten op verschillende scholen in hetzelfde land!

Uitwisseling van materiaal is niet zo gebruikelijk. Daarom zijn we het EKFI-project gestart. Dit in 2018 gestarte door de EU gesubsidieerde project, had als doel een platform te ontwikkelen waar docenten en ontwikkelaars leermiddelen en onderzoek kunnen uploaden en ook weer materiaal kunnen downloaden.

En met gesloten beurs.

Op dit moment kunt u naar het EKFI-platform gaan, zie ekfi.eu. Op dit platform zijn inmiddels zo'n 150 publicaties geupload in verschillende thema's zoals: techniek, digitalisering, kwaliteit, ARBO en milieu, Circulaire economie, management, marketing, leiderschap en self-assessment tools.
Als je je aanmeldt als gebruiker krijg je punten om leermiddelen te downloaden. Idem als je zelf materiaal uploadt of reviews schrijft, materiaal vertaalt etc.

Het platform is vooral ontwikkeld in Corona-tijd toen scholen iets anders aan hun hoofd hadden als nieuw materiaal te ontwikkelen. Ook merkten we dat docenten moeite hadden om zo maar materiaal te delen. Daarom zijn we EKFI PLUS gestart. Meer informatie op: https://www.ekfi-project.com/.

 

EKFI PLUS

In dit project richten we ons op de verdere uitrol van het platform maar ook op het gezamenlijk ontwikkelen van leermiddelen , alleen, samen in eigen land, school of bedrijf of over de grenzen. Hiertoe is een Educatief model ontwikkeld en wordt het platform uitgebreid met een ontwikkelmodule. Medio maart worden de extra mogelijkheden aan het bestaande platform toegevoegd. 

Deze nieuwe EKFI-tool geeft de mogelijkheid om samen te werken aan het ontwikkelen en schrijven van de leerstof op nationaal en Europees/internationaal niveau. Denk hierbij aan het zoeken van partners met gelijkgestemde behoeften. Ondersteuning op didactisch niveau. Project management en procesmanagement ondersteuning.

Deze tool helpt bij het organiseren van het ontwikkelingsproces van leermateriaal. Het ontwikkelen in teams zal leiden tot een verbetering van de efficiëntie (besparing van tijd en geld) en een verhoging van de kwaliteit en innovativiteit van de leermaterialen door gebruik te maken van verschillende competenties van de deelnemers.

Voordelen van samenwerking

Het maken van uw eigen leermateriaal biedt verschillende voordelen:

Personalisatie: Door de inhoud af te stemmen op de behoeften en voorkeuren van studenten, wordt tegemoetgekomen aan diverse leerstijlen, wat het begrip en de retentie bevordert. Het maakt het ook mogelijk om het tempo van de instructie aan te passen.

Dieper begrip: Het ontwikkelen van materiaal verdiept het begrip van docenten over het onderwerp door middel van onderzoek, analyse en curatie, waardoor hun vermogen wordt vergroot om complexe concepten duidelijk uit te leggen.
Relevantie: Gepersonaliseerde materialen blijven actueel door de nieuwste onderzoeken, trends en toepassingen te integreren, waardoor de inhoud actueel blijft in een snel veranderende wereld.
Creativiteit: Het maken van materialen stimuleert de creativiteit, waardoor docenten boeiende activiteiten en lesmethoden kunnen ontwerpen die kritisch denken en probleemoplossende vaardigheden bevorderen.
Verbinding: Gepersonaliseerde materialen tonen inspanning en zorg, versterken de verbinding tussen leraar en leerling en bevorderen een positieve leeromgeving.
Door hun eigen materiaal te creëren, verbeteren docenten de kwaliteit van het onderwijs, personaliseren ze het leerproces, zorgen ze voor relevantie, bevorderen ze de creativiteit en versterken ze de relaties tussen docenten en studenten.


Het waarom van EKFI


Het EKFI-platform maakt bestaand leer-/onderzoeksmateriaal transparant. De onderwijsproblemen in de creatieve industrie concentreren zich op twee aspecten:

In landen waar minder middelen voor ontwikkeling aanwezig zijn, kan men gebruik maken van leermiddelen van meer innovatieve landen.
In landen waar bepaalde technieken verdwenen zijn, en dus ook de opleidingen daarvoor, kunnen gebruik maken van leermiddelen die in andere landen nog wel aanwezig zijn.
Geuploade leermiddelen kunnen verbeterd of aangevuld worden door de kennis van mensen die de leermiddelen gedownload hebben (en later weer geupload).
Het materiaal kan vertaald worden voor landen waar het nog niet beschikbaar is.
Samenwerken in het ontwikkelen en het bundelen van competenties kan efficiëntie en kwaliteitsverbetering opleveren.
Door samen te werken bij het ontwikkelen van materialen versterken de ontwikkelaars elkaar door verschillende krachten te bundelen. Een bekend gezegde hier van toepassing is: alleen ga je sneller, samen kom je verder.